Soms denk ik dat ik het achter me heb gelaten. Onder de douche, met mijn ogen dicht en de stoom op de tegels. Dan voel ik mijn huid branden. Niet van het water, maar van iets dat nergens fysiek zit en toch overal tegelijk. Een herinnering die geen plek heeft, maar wel gewicht.
Ik weet niet precies wanneer ik ben gaan geloven dat mijn lichaam iets was wat ik kon aanbieden in ruil voor iets wat op liefde leek. Het sloop erin. Niet als een bewuste keuze, maar als een manier om te overleven. Alsof, als iemand bleef, het misschien eindelijk ergens op sloeg. Misschien was ik dan geen last. Geen vergissing. Niet te veel.
Misschien was ik dan iemand waard.
Het heeft lang geduurd voordat ik begreep dat wat ik voelde geen liefde was, maar schaamte na seks die ik eigenlijk niet wilde.
De Prijs van Bevestiging
Op papier gaf ik toestemming. Ik zei ja. Soms uit verlangen, maar vaker uit angst. Uit leegte. Soms omdat ‘nee’ te veel vragen opriep, en ik al moe was voordat ze gesteld werden.
En ik was erbij. Ik maakte die keuzes.
Dat is wat ik mezelf lang heb verteld. Wat ik bleef herhalen om het dragelijk te maken. Wat ik fluisterde als ik mezelf ’s avonds probeerde te vergeven. En dat is ook wat die stem zegt, diep vanbinnen, precies op het moment dat ik zacht probeer te zijn voor mezelf.
“Je wist wat je deed, Bo.”
“Je wilde het toch?”
“Wat verwacht je dan, als je jezelf zo opstelt?”
Ze klinkt als alles wat ooit tegen me is gezegd – alleen nu met mijn eigen stemgeluid. Alsof mijn verleden niet alleen in herinneringen zit, maar ook in de toon waarop ik mezelf toespreek. Alsof de zin “je had het kunnen voorkomen” zich heeft genesteld tussen mijn ribben.
Ze duikt op wanneer ik mezelf wil vasthouden. En als ik heel eerlijk ben: soms geef ik haar nog gelijk ook.
De Stem die Schaamte Voedt
Ik heb mezelf al zo vaak vergeven. Voor de keren dat ik bleef, ook al voelde het niet goed. Voor de momenten dat ik wegkeek terwijl ik eigenlijk wilde schreeuwen. Voor het kiezen van aardig zijn boven eerlijk zijn, omdat ik dacht dat eerlijkheid me alleen maar meer pijn zou doen. Voor het doen alsof het me niets deed. Voor het liegen tegen de spiegel. Voor het rechtpraten van wat krom voelde.
Maar mijn lijf weet het nog
En toch. Toch is er soms nog dat schaamrood. Niet op mijn wangen, maar dieper. In mijn buik. In mijn borst. Alsof mijn lijf zich nog herinnert wat mijn hoofd allang heeft losgelaten.
Want mijn lijf weet het nog.
Ik weet nu: vergeven is iets anders dan vergeten. Het is geen schoonwasprogramma. Geen uitgummen. Het is leren leven met herinneringen die geen littekens zijn, maar open plekken. Zacht, gevoelig, niet meer bloedend van pijn, maar nog steeds voelbaar.
Maar zodra iemand die plek aanraakt met de verkeerde toon, voel ik hoe alles terugklikt. Een soort trauma-light, maar dan met een sarcastische bijsluiter: “Niet geschikt voor tere zieltjes.”
Als iemand je verleden aanraakt met de verkeerde toon
Het wordt ingewikkeld als iemand die plekken alsnog opzoekt. Als iemand voorzichtig vraagt:
“Waarom deed je dat toen?”
“Dat is toch moeilijk voor mij om te horen.”
Niet boos. Niet gemeen. Maar ook niet zacht genoeg.
En ergens wil ik dan zeggen: weet je wat pas moeilijk is? Jezelf verkopen voor een beetje bevestiging en het daarna terugkrijgen als schuld.
Dan voel ik iets in mij terugschuiven. Iets waarvan ik dacht dat het weg was. Mijn adem wordt kort. Mijn schouders gaan omhoog. Alsof ik weer in dat hoofd zit, in die kamer, in dat bed van toen.
Alsof ik mezelf opnieuw moet uitleggen. Moet verdedigen. Alsof ik op moet voor een herexamen in mezelf. Alsof mijn waarde opnieuw wordt afgewogen — in andermans handen.
Ik weet heus dat de ander het goed bedoelt. Dat zijn twijfel geen oordeel hoeft te zijn. Maar mijn lijf kent dat verschil niet. Mijn lijf hoort: je bent nog steeds te veel. Te beschadigd. Te ingewikkeld.
En ik wil zeggen dat het niet uitmaakt. Dat ik daar al ben geweest. Dat ik eruit ben gekomen. Dat ik mezelf heb opgebouwd uit alles wat ooit is ingestort.
Maar op zulke momenten voel ik me teruggezet. Alsof ik mezelf weer moet bewijzen in een rechtbank die alleen bestaat in de ogen van mensen die zich ongemakkelijk voelen bij andermans pijn.
Ik was erbij - maar dat maakt me nog geen dader
Soms wil ik roepen: ik weet het al. Ik was erbij. Ik ben niet trots, maar ik heb het overleefd. En ik ben verder gegaan. Mag dat niet genoeg zijn?
Maar ik blijf stil. Want het is kwetsbaar om hardop te zeggen: het was niet echt wat ik wilde. Zelfs nu nog.
En ja, ik was erbij. Maar dat maakt me nog geen dader. Hooguit iemand die te vaak hoop ruilde tegen huid.
Ik denk dat veel vrouwen – maar zeker niet alleen vrouwen, dit herkennen. Dat gevoel dat je én moet begrijpen waarom iets is gebeurd, én moet verantwoorden dat het je is overkomen, én moet bewijzen dat je nu ‘beter’ bent.
Alsof je verleden niet alleen iets is wat je met je meedraagt, maar ook een toets die je keer op keer opnieuw moet halen. Een uitleg die je steeds opnieuw moet geven. Een verhaal dat je alleen mag vertellen als het eindigt met verlossing.
Je verhaal hoeft niet af te zijn om het te mogen delen
Maar soms eindigt het gewoon met: ik ben niet meer wie ik toen was. Maar ik was het wel. En dat mag allebei waar zijn. Zonder dat ik me opnieuw moet schamen voor iets wat ik allang heb doorleefd. Zonder dat ik op mijn tenen moet lopen in wie ik nu ben, omdat het vroeger anders was.
Vergeving is vanbinnen. Schaamte van buiten.
Dus als je me vraagt: “Waarom voel je je nog steeds schuldig, als je jezelf al hebt vergeven?”
Omdat vergeving iets anders is dan je niet meer schamen.
Vergeving leeft vanbinnen.
Schaamte? Die woont vaak in de blik van een ander.
Een blik die zegt: “Als ik jouw verhaal niet aankan, ligt dat aan jou.”
En ik leer pas sinds kort om die blik niet meer als waarheid te zien. Om hem terug te geven waar hij thuishoort: bij degene die hem werpt.
Voor jou
Je hoeft niet te kiezen tussen geloven en begrijpen.
Soms is het genoeg om iets te laten bestaan, ook als het schuurt.
Niet om het op te lossen. Niet om het goed te praten.
Maar gewoon, om iemand ruimte te geven.
Zonder uitleg. Zonder oordeel.
Wanneer voelde jij ooit dat je ‘ja’ niet van jou alleen was?
En wat zegt jouw lichaam daar nu nog over?
Heel veel liefs,
Bo


