in het Brein van Bo

person giving fruit to another

“Hoe graag ik ook wil afrekenen met die onzekerheden, die kassa lijkt nog altijd gesloten te zijn.”

Aardbeien, spinazie, gehakt… Volgens mijn boodschappenlijstje heb ik alles, hoewel ik er thuis ongetwijfeld achter zal komen dat ik iets belangrijks vergeten ben. Bij de kassa ben ik verbaasd over de enorme rij bij de zelfscankassa’s. Tegenover de drukte bij de zelfscan staan slechts een paar mensen bij de normale kassa’s te wachten. Met een smiechterige glimlach vraag ik me af of mensen denken dat ze hun boodschappen gratis krijgen bij de zelfscan, of dat ik even heb gemist dat persoonlijk contact bij de kassa’s officieel gecanceld is.

Nog steeds glimlachend om mijn eigen gedachten, kies ik voor een reguliere kassa en begin mijn boodschappen op de band te leggen. De persoon voor mij betaalt net, dus ik versnel mijn tempo. Ik wil niet dat de caissière moet wachten op me, en al helemaal niet dat de mensen achter mij geïrriteerd raken: die angst om een ander tot last te zijn is een overblijfsel van mijn strijd met agorafobie.

Met een snelheid waar Max Verstappen nog jaloers op zou zijn, gooi ik chaotisch mijn boodschappen op de lopende band. De caissière lijkt de wanorde gelukkig niet erg te vinden en heeft binnen de kortste keren al mijn boodschappen gescand, die ik vervolgens afreken.

“Een fijne avond nog,” wenst ze me toe met een vriendelijke glimlach. Ik antwoord bijna reflexmatig: “Thanks, houdoe!”

Jezus, Bo, waar kwam dát vandaan?

De woorden schieten uit mijn mond en voelen meteen verkeerd. Wat probeerde ik in hemelsnaam te bereiken met die rare toonhoogte? En waarom schakelde ik ineens over op een geforceerd mengsel van half-Engels, half-Brabants? Wilde ik echt dat de caissière me zou zien als de meest coole, internationale klant ooit? Wat een belachelijke vertoning, echt waar…

Escalerende emoties

Mijn hart klopt in mijn keel, mijn hoofd voelt plotseling heet aan en een warme gloed verspreidt zich over mijn lichaam. Mijn innerlijke criticus laat er geen gras over groeien. Mijn ‘thanks’ klonk zo vreemd dat ik er zelf niet eens door bedankt zou willen worden. Terwijl ik de laatste boodschappen snel in mijn tas gooi, vermijd ik elk oogcontact. Zodra alles is ingepakt, loop ik met een rotgang de winkel uit. Ik moet hier nu weg.

Op de fiets blijft de situatie zich herhalen in mijn hoofd. Het is koud buiten, maar door mijn ongemakkelijke gevoelens voelt mijn lichaam nog steeds aan als een subtropisch zwemparadijs. Die ene seconde waarin ik mezelf compleet voor schut zette — in mijn hoofd, tenminste — overheerst alles.

Kwellende kritiek

Ik probeer de zelfkritiek van me af te schudden. Bo, zo bijzonder was het niet, niemand zal het zich herinneren. Misschien was het helemaal niet zo raar, misschien heb ik dat ook verzonnen. De caissière ziet wel honderden mensen op een dag, hoe groot is de kans dat ze juist mij onthoudt?

Hoeveel redenen ik ook kan bedenken om het van me af te zetten, het blijft toch aan me knagen. De reden is simpel en ingewikkeld tegelijk: ik ben nog steeds aan het leren om mezelf te accepteren, mijn imperfecties te omarmen en dit soort momenten niet meer te zien als een enorme mislukking. Hoe graag ik ook wil afrekenen met die onzekerheden, die kassa lijkt nog altijd gesloten te zijn.

accepteren en achterlaten

Een paar uur later kom ik eindelijk tot acceptatie en lijkt het gênante voorval niet meer te bestaan. Na een paar uur vol met zelfkritiek, heb ik mezelf weer bij elkaar geraapt en voelt alles weer normaal. Ik heb in ieder geval mijn boodschappen gedaan, en dat is voor nu genoeg. Ik heb mijn innerlijke rust weer gevonden, maar ik denk dat ik het volgende keer toch gewoon houd bij een simpel en vertrouwd “dankjewel, jij ook.”

Heb jij wel eens een simpel moment, zoals bij de kassa afrekenen, ervaren waarbij je onverwachts met je eigen onzekerheden werd geconfronteerd? Hoe reageerde je daarop? 

Heel veel liefs,
Bo

Picture of Bo Klappe

Bo Klappe

COMMENT
NAME
EMAIL

Back to top: